Sportmedisch onderzoek (‘sportkeuring’)

Inleiding

Een sportmedisch onderzoek wordt vaak vergeten. Het is immers niet meer verplicht! Die verplichting is echter alleen afgeschaft om de eigen verantwoordelijkheid van de sporter te benadrukken. Het gaat immers om zijn/haar eigen lijf en sport! Verstandig hiermee omgaan is het devies.

Een sportmedisch onderzoek is niet alleen nuttig voordat je gaat beginnen met hardlopen, maar ook als:

  • het vorige sportmedisch advies al weer enige jaren geleden is
  • je jong bent en je snel groeit
  • je (veel) meer gaat trainen
  • je ouder dan 35 jaar bent
  • je klachten hebt over je gezondheid (zoals astma, hartkloppingen, pijnlijke knieën, etc.) en je door wilt gaan met hardlopen
  • je na een ernstige ziekte, operatie of blessure weer wilt gaan sporten.

Bij zo’n sportmedisch onderzoek wordt er natuurlijk aandacht besteed aan je algemene gezondheid en bijvoorbeeld aan hart en longen. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het onderzoek van botten, gewrichten en het pees- en spierstelsel. Vindt de arts hierbij een ‘sportrelevante afwijking’ die voor het lopen (biomechanisch) van belang is, dan kan hij of zij advies geven over hoe met die afwijking toch verantwoord gelopen kan worden. De ontdekte sportrelevante afwijking hoeft in het dagelijks leven geen probleem op te leveren, maar kan bij (hard-)lopen blessures veroorzaken.

Bij sportrelevante afwijkingen die voor het lopen van belang zijn kan bijvoorbeeld gedacht worden aan:

  • een stand afwijking van de voeten, zoals knikplatvoeten
  • een stand afwijking van de benen, zoals O en X-benen
  • een verschil in lengte van de benen
  • verkorte spieren van de onder- of van de bovenbenen.
  • een beschadigd gewricht (bandletsel, kraakbeenletsel, slijtage).

Een sportarts kan bij de genoemde sportrelevante afwijkingen of bij andere minder vaak voorkomende afwijkingen één van de onderstaande adviezen geven:

  • de training aan te passen
  • rekoefeningen de juiste wijze uit te voeren
  • spierversterkende oefeningen uit te voeren (bijvoorbeeld voor de voetspieren)
  • bepaald (aangepast) schoeisel te dragen
  • sportsteunzooltjes te laten aanmeten bij een orthopedische schoenmaker, of bijvoorbeeld bij een beenlengteverschil de zool onder de schoen te laten verhogen.

Goed- of afkeuren is er niet meer bij. De naam sportkeuring is dus ook vervangen door de naam sportmedisch onderzoek. Bij een dergelijk sportmedisch onderzoek worden adviezen gegeven over aanpassing van trainingsbelasting, trainingsopbouw en het uitvoeren van rekoefeningen om blessures zoveel mogelijk te voorkomen. Het spreekt voor zich dat je deze adviezen dan ook moet opvolgen! Sportartsen hebben de brede sportmedische kennis die nodig is om deze adviezen te kunnen geven. Deze sportartsen werken vaak op Sportmedische Instellingen (SMI’s). Je kunt op www.sportzorg.nl nazoeken waar bij jou in de buurt een sportarts op een SMI werkt.

Bron: Atletiekunie