De Pen van: Chris de Mol

Mijn “loop-carrière” begon ruim 36 jaar geleden.  Aanleiding was een uitnodiging van een zwager om mee te doen aan een strandloop van – maar liefst – 11 kilometer tussen IJmuiden en Bloemendaal. Ik had voordien wel eens wat kilometers gelopen, maar van enige regelmaat was geen sprake. De voorbereiding bestond uit een paar keer een half uur lopen. Langs de waterlijn kon je goed lopen, maar het keerpunt halverwege was in rul duinzand. Slopend. Na 58 minuten kwam ik over de finishlijn. Mijn zwager was allang binnen. Op de terugweg heb ik achter in de auto gezeten met de benen op de bank, stijf als een plank. Enige maanden later liep ik voor de eerste – en tot nu toe laatste – keer de Joe Mann Bosloop.

Mijn overbuurman haakte aan en samen voerden we de loopafstand geleidelijk op tot 12 km. Na ruim twee jaar deden we mee aan de halve marathon van Eindhoven . Onze duurloop ging twee weken voor aanvang van 12 naar 18 km. Hoezo opbouw? Op basis van de tijd, waarin we deze afstand liepen, berekenden we –  jong en onbezonnen – dat een eindtijd van 1 uur en 40 minuten mogelijk moest zijn. We hebben het gehaald! Jaren heb ik met Joop, mijn overbuurman en loopmaatje,  een- soms tweemaal per week gelopen.

Ergens begin jaren negentig van de vorige eeuw (wat klinkt dat lang geleden) ben ik lid geworden van de Springbokken, toen nog een atletiekvereniging. Aanvankelijk liep ik alleen op zaterdagochtend mee. Pas enige jaren later ben ik met de intervaltraining op donderdagavond mee gaan doen, destijds onder leiding van Anne Rindt. Zij was het ook, die voor mij de trainingsschema’s maakte voor de twee marathons, die ik in 1996 en in 1997 heb gelopen. Er liepen in die tijd maar enkele vrouwen mee. Dat is nu wel anders. Van de groep, waarin ik toen begon, loopt niemand meer mee op onze trainingsavonden.

Toch heb ik in al die jaren niet veel  wedstrijden gelopen. Ik beleef – nog steeds – meer plezier aan het ongedwongen lopen in de natuur. Ik ben wel eens stil blijven staan als ik een zwarte specht zag of een ree. Lopen is voor mij ook altijd een prima manier geweest om de “bovenkamer” te ontlasten.  Door wat blessureleed  en het ouder-worden is van pr’s allang geen sprake meer. De grootste uitdaging nu is om te wennen aan het “verval”.  Toch probeer ik het lopen nog lang vol te houden. Een belangrijke stimulans hierbij is onze loopgroep.

Ik geef de pen door aan de “jeugd” en met name aan Fleur Berkers